Achter het o zo idyllische strand van Sirsahone (Saparua) ligt het oerwoud waar dagelijks gewerkt wordt, waar in november de kruidnagelen geoogst worden. Men gaat nooit zonder parang het oerwoud in en om die dingen het makkelijkst te vervoeren hakt men een spleet in het uiteinde van een stuk bamboe en daar klemt men de parang in. Ruimte genoeg aan zo'n draaghout om er nog andere zaken aan te hangen. Bijvoorbeeld zo'n zak waar het één of het ander in gezeten heeft en die natuurlijk afkomstig is uit een winkel in Kota Saparua. Opvallend veel winkeliers zijn van Chinese afkomst (dat zijn toch Chinese lettertekens op die zak? In elk geval geen Sanskriet of Arabische raadsels) en wie om hem moverende redenen de pest aan Chinezen heeft, die begroet de winkelier met een opgewekt 'Pagi Cip' … de winkelier voelt zich vereerd en is tot afdingen bereid want hij denkt dat hij met 'Chief' wordt aangesproken, maar bedoeld wordt 'Cipit', oftewel 'Spleetoog'.
Posts tonen met het label saparua. Alle posts tonen
Posts tonen met het label saparua. Alle posts tonen
maandag 10 januari 2011
donderdag 18 november 2010
Geen spoor van mijn vader
In Porto op Saparua trof ik geen enkel spoor van mijn vader aan. Niets van zijn voetstappen, niet eens een echo van zijn stem. Al herinner ik mij die stem maar al te goed als mannen op straat, op dat hoge volume en met dat ruige accent van Porto, wild spelende kinderen bulderend tot de orde roepen. Het huis van mijn grootvader staat er niet eens meer. Wat daar ligt is een open plek, door onkruid overwoekerd en op sommige plekken omwoeld door de varkens die vrij in het dorp rondlopen. Zelfs een herinnering aan het huis kan ik niet met mijn vader delen. Wel heb ik foto's gemaakt vanaf de weg die voor het braak liggende erf loopt, maar waarschijnlijk is ook de omgeving rond het huis veranderd sinds mijn vader daar – ergens in de jaren veertig van de vorige eeuw – voor het laatst geweest is.
“Tja, Pa … dit is het dan.” Dat is het enige wat ik bedenken kan als ik de weg naar beneden volg en op het kruispunt besluit rechtsaf te gaan. Niet dat steile gedeelte rechtdoor weer omhoog naar Bogor, waar nicht Suzanna met haar zoon Petrus woont … de weg naar rechts volgend kom ik uiteindelijk uit bij de kleine marktplaats van Porto waar de ojeks staan, waarvan er één mij naar Kota Saparua brengt waar ik neef Onny in zijn winkel opzoek. Onny die mij steeds weer met ontroering in de blik verwelkomt … “Goed dat je er bent, neef. Kom zitten, neef. Het is goed om als neven samen te zitten.”
vrijdag 1 oktober 2010
Vertrekken
'Partir c'est mourir un peu', zo heet dat – ijs, weder en spelling dienende – in het Frans, vertrekken naar Porto op Saparua betekent een eerste stap zetten naar een nieuw leven …
woensdag 29 september 2010
Een jaar later
Het eerste jaar is nu bijna voorbij en nog altijd valt er weinig te zeggen over de dood van mijn Zeer, Zeer Oud Geworden Moeder … Hoe berekent men eigenlijk een rouwperiode … Wanneer is men uitgerouwd, kan men uit het grauw van onbenoembare droefenis treden … Van haar sterfdag herinner ik mij de stem van broer F aan de telefoon “F … met F … Ma is er niet meer.” “Oké, bedankt,” zei ik. “Ik ga mijn kinderen bellen.” Eerst belde ik Geliefde, maar toen mijn stem brak voelde ik de handen van Jongste Zoon B op mijn schouders, waarop ik de glijbaan naar tomeloos verdriet ontsteeg … “Dit wil, dit mag, dit kan ik met niemand delen.” … Eén etmaal na haar sterfdag zal ik de reis terug naar het Vaderland, naar Porto – Saparua aanvaarden … Waarschijnlijk liggen daar de woorden die het verhaal zouden kunnen dragen, die het delen mogelijk zouden kunnen maken …
maandag 27 september 2010
Met kaas
Maar dan met kaas
Nog 5 dagen en we gaan onderweg met vacuüm-verpakte belegen kaas en dito geconserveerde rookworst van de Aldi in de bagage, waar men in Porto – Saparua dol op blijkt te zijn … men schijnt de kaas zelfs op de pisang goreng te smelten en in Jakarta, zo leert de ervaring van zegsvrouw Nell, geldt nasi goreng met gesmolten kaas als lekkernij … het helpt wel om de reis naar het vaderland niet al te zeer te idealiseren … 'Verkaast' heeft wat men noemt een pejoratieve connotatie …
Nog 5 dagen en we gaan onderweg met vacuüm-verpakte belegen kaas en dito geconserveerde rookworst van de Aldi in de bagage, waar men in Porto – Saparua dol op blijkt te zijn … men schijnt de kaas zelfs op de pisang goreng te smelten en in Jakarta, zo leert de ervaring van zegsvrouw Nell, geldt nasi goreng met gesmolten kaas als lekkernij … het helpt wel om de reis naar het vaderland niet al te zeer te idealiseren … 'Verkaast' heeft wat men noemt een pejoratieve connotatie …
zondag 26 september 2010
Nog 6 dagen
"One day I'll fly away ... "
Nog maar zes dagen en dan ga ik voor het eerst sinds ik bijna 57 jaar geleden in het Zuid-Hollandse Woerden geboren werd terug naar mijn geboorteplaats Porto op het eiland Saparua … “Denk je er aan je telefoonoplader mee te nemen … koop dettol en haal je op tijd je inentingen bij de GGD … neem vanaf Ambon de speedboot, man … Weet je al wanneer je die anti-malaria-tabletten moet gaan slikken … ” De kop duizelt van alle goed raadgevingen en er zijn zelfs stemmen die mij bronstig lachend zes paradijselijke weken bij de blijkbaar heel erg jonge, heel erg goedkope Molukse Meisjes van Plezier in het vooruitzicht stellen … Zo'n heel erg vreemd idee is het misschien wel niet – met het oog op de financiële kanten van het leven – een oprot-premie bij Buitengewoon Minister Van Heel Erg Vreemde Zaken Geert Wilders aan te vragen en op dat achterlijke Saparua een internetbedrijf annex hoerenkast te beginnen … Er zijn Landgenoten die je het niet krijgt bijgebracht dat men naar het Land van de Voorouders vertrekt om achter Geheimen te komen waarvan mijn ouders waarschijnlijk gedacht hadden dat ze die mee zouden nemen het graf in.
vrijdag 17 september 2010
Labyrint
Dorpsjongen uit Porto-Saparua
Hij heeft dezelfde oogopslag als mijn vader, zijn grootvader. Dat ontdekte ik op een willekeurige zomerse middag toen Zoon J mij in de keuken omstandig stond uit te leggen waar het heen zou gaan met de Mensheid (IJs en weder dienende, AFC Ajax moest dan wel kampioen worden en op school moesten ze niet zo zeiken). Waarschijnlijk delen de heren ook die kenmerkende laconieke grijns met een enkele opgetrokken mondhoek, maar dat laatste weet ik niet meer zo zeker, want veel te grijnzen had de man aan het einde van zijn korte leven niet meer … “Wie ben jij nou weer?” sprak mijn Zeer, Zeer Oude Moeder om de vijf minuten toen Zoon J op haar 85-ste verjaardag acte de présence gaf. Dan staarde ze haar kleinzoon aan om vervolgens hautain het hoofd af te wenden … Waarschijnlijk was mijn Zeer, Zeer Oude Moeder op dat moment weer het jonge meisje in de KNIL-kazerne, dat niet zonder slag of stoot wenste te zwichten voor die dorpsjongen uit Porto – Saparua met zijn branie, zijn drank-, zijn gok- en zijn vechtlust. Ongetwijfeld zullen de avances van de dorpsjongen onderwerp van bespreking zijn geweest tijdens de dagelijkse bijeenkomst van het Politbureau Stoere Meiden van de Tangsi … “Ha ha, dat drinken en gokken zal hij zelf moeten afleren. En dat vechten? Ja, luister eens hier meid, het blijven wel soldaten hè … dus daar moet je niet over zaniken. En trouwens, als hij begint te slaan, weet je wat je dan doen moet? Kom eens, kom eens even hier staan … probeer me nou eens te slaan, dat probeerde die biedjie klot, die binatang van mij ook … ” Voordat mijn Zeer Zeer Oude Moeder op haar 87-ste overleed was ik haar al kwijt, was ze al verdwaald in een labyrint van over elkaar heen tuimelende beelden, waarvan er soms eentje voor haar ogen bleef zweven. Dan lachte zij of ze moest huilen als ze iets terugzag dat ze al die jaren voor haar kinderen verborgen had willen houden.
maandag 13 september 2010
Ambachtelijk schrijven
“Orodispergeerbare tabletten. Eén tablet bevat 2 mg loperamidehydrochloride”. Als de darmbacteriën dat op het doosje lezen dan blijven ze wel weg, hoop ik … Een film maken en in het kader daarvan naar Porto op Saparua reizen is heus niet alleen seks, drugs en rock&roll. Daar hoort onvermijdelijk een bezoek bij aan de drogist waar ontsmettingsmiddelen (viespeuken daar in Maluku), verbandspullen (men gaat elkaar daar spontaan te lijf) en geneesmiddelen tegen diarree gekocht moeten. Ook mijn lievelingswarenhuis Action dient leeggekocht, want wat heeft men daar een handige zaklantaarns met led-lampjes die op – handig, handig – penlitebatterijen werken en wat te denken van vijf kleurige balpennen voor slechts € 1,89 en 2 (twee) schriften van A5-formaat, 100 vel, met spiraalband voor € 0,89 per stuk … Men zou haast voor zijn plezier ambachtelijk aan het schrijven slaan als de batterij van de mini-laptop uitgeput raakt en de stroom op die godvergeten achterlijke Molukken blijkt uitgevallen … Met balpen in eigen handschrift (ja allicht … ) een gedicht op gelinieerd papier schrijven, Vrome Verzen over Vrede (dat allitereert alvast). Een lofzang op het land waar mijn ouders begraven liggen, onder een grafzerk die – net zo moe klaarblijkelijk als voornoemde ouders – lui achterover leunt onder een hoek van pakweg 20 graden, hetgeen de grafdelvers eigenlijk op een pak slaag zou moeten komen te staan, maar dat hoort dan weer niet bij die mooie verzen. In die Prachtverzen wordt een nieuwe generatie Nederlanders bezongen, die helemaal niets te maken wenst te hebben met grootvader die zich met gevaar voor eigen leven niet (veel) later dan op 5 mei 1945 bij het verzet meldde en die het van de Joodse buren gekregen geld eerlijk verdeeld heeft onder meisjes met een wel heel erg oud beroep … Een generatie ferme Meiden en Knapen die ieder asiel zoekend kind aan de grenzen van dit onbetamelijk volgevreten land begroeten met de woorden “En toen moest jij op reis, Mijn Lief / En huilen mocht je niet / En voelde jij mijn hand dan niet/ hoorde jij mijn stem dan niet/ zag je niet die open poort / de toegang tot mijn dromen” … Schrijven, er bestaat geen mooier beroep.
dinsdag 7 september 2010
Waarom? Waarom niet ...
De film 'Dakloze Herinneringen' hoeft alleen nog maar gedraaid te worden … er zal worden vastgelegd hoe de schrijver Frans L te Z uit de koffer met de naam, de militaire rang en het legernummer van zijn vader oude papieren en foto's tevoorschijn haalt … “Dat stamboek van mijn vader,” zegt de schrijver, “Dat kan mijn broer toch scannen en naar mij mailen, dan druk ik het bij mij thuis af en desnoods maakt ik het Nieuw Echt in Photoshop. Dat ziet geen hond.” “Het is ook niet de bedoeling dat er honden naar de film kijken,” zeggen de filmmakers … De schrijver is ijdel genoeg om zich op de film te verheugen en hij neemt zich voor om in bijzijn van de camera uitspraken te doen die hem de Nobelprijs voor de Literatuur en waarom dan ook niet voor de Vrede zullen opleveren, tegelijkertijd denkt hij met afgrijzen aan het televisieprogramma dat hij ooit met muzikant/schrijver Ernst Jansz gemaakt heeft. Opnamen van dat programma zijn bewaard gebleven en uitgever Franc Knipscheer heeft er plezier in met een zekere regelmaat die opnamen voor publiek te tonen. Men ziet een hoogst aimabele Ernst Jansz tegenover een welhaast chagrijnige Frans L die zich achteraf ergert aan zijn eigen slecht bijgeknipte snor, aan zijn gefronste wenkbrauwen en aan het staccato van zijn stem … “O ja, bedenk ook even wie jij voor de camera wilt vertellen waarom je voor het eerst van je leven naar Maluku gaat en bel me op zodra je dat weet.” “Doe ik,” zegt de schrijver. Maar hij denkt ook “Krijg toch de tering met je kolere-film … Vertellen? Waarom ik? Naar Maluku? Ga? Voor de Camera? Voor de? Godvergeten? Camera?” … Waarom de schrijver gaat? Men heeft daar geen eenduidig antwoord op. Waarom de schrijver pas nu gaat, nu hij al bijna 57 is, nu hij, staande op een legerkist van zijn vader, het pensioenschip aan de horizon kan waarnemen (“Pensioen? Zei je dat echt: 'pensioen'? Die paar centen per jaar die je overhoudt aan dat baantje op de universiteit waar je werd weggestuurd omdat je net iets te vaak in de armen van de kater in bed bleef liggen terwijl de plicht luidkeels om je riep?”) … dat blijft allemaal nog in het ongewisse … Wel is gaandeweg duidelijk geworden waarom men niet wilde/kon/durfde te gaan … men ging niet omdat men het recht daartoe verspeeld meende te hebben … Men had de vader terug naar huis, naar Porto op Saparua moeten brengen. “Zo, ben je daar? En waar is je vader? Waarom heb je je vader niet meegebracht? O, die is dood? Die is gestorven in het ziekenhuis van Lorrig Leerdam? Aan heimwee, aan wrok? En jij dan? Had je die man niet kunnen troosten?”
maandag 6 september 2010
Minder dan vier weken
'Militairen op weg naar huis'
De magische grens is gepasseerd, het duurt geen vier weken meer voordat Garuda Vluchtnummer GA 089 van Amsterdam Airport met bestemming Jakarta zal opstijgen. Aan boord van het toestel de schrijver Frans L en zijn jongste zoon die, vergezeld van een camerateam op weg zullen gaan naar Porto op het Molukse eiland Saparua … Nu het geen vier weken meer duurt, nu de reis geboekt is, nu men met Geliefde bij de HEMA in Nijmegen een 'best wel aardige' zomerbroek heeft gekocht en bij V &D zomaar een alleraardigst colbertjasje voor maar € 29,00 heeft aangeschaft en nu men eigenlijk ook wel zin heeft om bij de ANWB een o zo handige knijpkat te kopen, nu heeft het geen zin meer om nog langer uitvluchten te verzinnen. Men gaat gewoon, men laat een 15-jarige dochter in Nederland achter die in die zes weken dat men weg is waarschijnlijk in evenzovele sloten plus 1 tegelijk zal lopen, maar het meisje kan zwemmen en het meisje staat ook nog eens discreet onder curatele van twee Enorme Broers, die desnoods het Lot te lijf gaan als Klein Zusje dat van hen verlangt. Men gaat en men zal bij aankomst in het Voorouderlijk Heiligdom genezen raken van het schuldgevoel dat men al jaren koestert tegenover de Vader die graag gezien had dat zoonlief hem, de verdoolde, de afgedankte militair van het onvolprezen KNIL naar huis had teruggebracht.
dinsdag 10 augustus 2010
Door één deur
Zomaar een deurZijn er eigenlijk Molukkers met wie men wel door één deur kan … Dat moet dan wel een heel brede deur zijn, want Molukkers willen in de pauze altijd in zeer grote groepen tegelijkertijd naar buiten, om in de gezonde Hollandse buitenlucht aan de nicotineverslaving toe te geven nadat men op een bijeenkomst, waar men net zo goed had kunnen wegblijven, de Obscene Plechtige Praatjes van Boven Hen Gestelden voor straf heeft aangehoord … Dan bestaat de Molukse woonwijk 25, dertig of 35 jaar en pakweg drie jaar na het lustrum kunnen de gezellig bedoelde festiviteiten eindelijk plaatsvinden. Drie jaar van heftige strijd, van wapengeweld en opspattend bloed want het samenstellen van een 36-koppig feestcomité heeft nogal wat voeten in de aarde. Ieder dorp op Maluku met inwoners in de woonwijk dient in het comité vertegenwoordigd te zijn, maar om die eenvoudige formule voor de lol te compliceren worden er ook regels gesteld aan het aantal leden per plaatselijke kerkgemeenschap … en dan kan de Ware Voorpret beginnen, want dat aantal kerkgemeenschappen kan per woonwijk oplopen tot achtendertig op een bevolking van 380 zielen. Als God gestorven is, dan is dat van verveling. Van tien keer op een zondag die chagrijnige Molukkers over de vloer krijgen … en als ze hem nou nog kwamen vragen Gans de Mensheid te behoeden voor oorlog, honger, ziekte … Neen, het gaat altijd over de kinderen die niet willen deugen, die met een Heidense Hollander thuis durven te komen. Over de schandalig lage WW-uitkering en de absurd hoge heroïne-prijzen. Over de tegenvallende winsten aan de goktafel en over de computer die maar heel langzaam downloadt … “Maar hoe ze het doen, zo doen ze het, buurvrouw … ” En als dan de rabbi, de imam, de dominee en de wijkagent na die drie jaar tot een gemeenschappelijk laatste, verzoenend woord zijn gekomen dan kan het Feest beginnen … Ter verhoging van de feestvreugde heeft men de schrijver gevraagd de bijeengedrevenen op een Stichtelijke Literair Verantwoorde Uiteenzetting te trakteren … Bij binnenkomst ziet de schrijver het al … “Godallejezus,” denkt hij, als hij door een delegatie Belangrijke Mensen in van de kinderbijslag betaalde dure pakken is voorgesteld aan de burgemeester en vervolgens aan de plaatselijke Sneue Man, te weten de voorzitter van de Molukse wijkraad … “Arme klootzak,” denkt hij. “Je kruipt je eigen een hernia voor meneer de burgemeester. Zullen ze blij mee zijn bij fysiotherapie.” De Sneue man doet het openingswoord in Hoogdravende Termen, waarvan de schrijver het bestaan niet eens durfde te vermoeden, waarin hij zich vooral 'namens alle Molukkers, te land, ter zee en voor het leven op de vlucht' op het perverse af dankbaar toont dat de burgemeester vanavond nou eens een keer niet naar zijn buitenechtelijke bijslaap op het CDA-afdelingskantoor gaat maar zich tussen 'ons' durft te mengen. En dan die burgemeester – dat schrijft men met een 'b', maar niet van 'beschaafd' of 'bescheiden' – die het aandurft op welhaast narrige toon te decreteren dat het maar eens afgelopen moeten zijn met al die conflicten tussen Molukkers en Hollanders in ons fijne christelijke dorp, dat 'wij' het daar hedenavond niet meer over zullen hebben … “GVD, vuile k,” denkt de schrijver, maar dan niet in afkortingen. Terstond ziet hij de gestalte van zijn vader voor zich opdoemen. “Wat zei ik je nou? Jij kunt dit niet, jij hebt het geduld niet. Jij beschikt niet over verdraagzaamheid. Jij had mij naar huis, naar Porto-Saparua moeten brengen.” En de schrijver doet een concessie als hij op uitnodiging van de Sneue Man van zijn stoel op de voorste rij, die van de Prominenten, opstaat. Geen concessie aan zijn vader, die al lang 'Tot Zijne Volkeren' vergaard was, maar aan zijn toen al Behoorlijk Oude Moeder, die daar ook had kunnen staan. Bescheiden achterin de zaal, in sarong en kabaja achter de tafels met spekkoek, lemper en al dat andere dat zij met haar reumatische handen nog bereiden kon. En hij ziet voor zich hoe zijn moeder met flegmatieke gebaren de avond van tevoren die traditionele kledingstukken over de stoel naast haar bed drapeert. Hoe ze voor haar Schepper op de knieën gaat, hoe haar lippen prevelen als ze tegenover de Almachtige zijn naam, de naam van haar Gouden Kind, noemt … Eerst werpt hij, eenmaal achter het spreekgestoelte, die burgemeester twee, drie lange seconden een blik toe die hij als een strak gespannen worgkoord rond de zweterige nek met ambtsketen aantrekt. Dan ziet hij ze daar achterin staan, die oude vrouwen met hun nog immer rechte ruggen. In de ogen die onuitwisbare kinderlijke droefenis, die van alle lasten die zij in de diaspora te dragen kregen nog het allerzwaarste weegt. Hij knikt ze toe, die oude vrouwen en schatplichtig aan hun waardigheid doet hij die concessie, die eruit bestaat dat hij de burgemeester niet bij diens geslachtsdelen noemt. Op vriendelijke toon “Met alle respect, meneer de burgemeester … ” zet hij in zorgvuldig gekozen woorden uiteen hoezeer het hem ontroert dat de burgemeester, benoemd door niemand minder dan Hare Majesteit de Koningin van Nederland en de Overzeese Waddeneilanden, zich zo'n barmhartig mens durft te tonen … de Mensheid mocht willen dat er nog veel meer van zulke Edelachtbaren rond huppelden, die hun met ambtsketenen behangen dikke nekken voor de wereldvrede en voor alle mensen op gans de aarde durven uitsteken. En niet dat de schrijver het één en anders wel het andere zou willen oprakelen, maar hij wil toch – “Staat u mij toe, Edelachtbare.” – even opmerken – en het is maar een kleinigheid hoor, meneer de burgemeester – dat de verzoening beter smaakt als die in respectvol overleg met alle betrokken partijen tot stand wordt gebracht … en van één van die partijen mag nu in de gauwigheid nog worden opgemerkt dat zij er nooit voor gekozen heeft, willens en wetens, beschikkend over het volle verstand, biddend tot God die van alle mensen op de wereld houdt, om de andere partij met nauw verholen minachting te bejegenen. Althans niet toen die ene partij nog bestond uit onschuldige kinderen die met hun ouders op de troepentransportschepen naar Nederland kwamen, uit kinderen die hier in de vroege jaren vijftig geboren werden en die zich wel eens stiekempjes op het bestaan in Nederland hebben verheugd, want in Nederland is tenslotte de bescheidenheid en de beschaving uitgevonden … En terwijl het zijn woorden waren die de burgemeester de oren streelden, waren het zijn blikken die diezelfde man de strot toeknepen … En die blikken werden niet alleen door die geteisterde Hoogwaardigheidsbekleder waargenomen, maar ook door mannen in de zaal aan wie nooit eens iets gevraagd wordt. Mannen die op eigen kracht een bestaan proberen op te bouwen, niet parasiterend op van Overheidswege gesubsidieerde welwillendheid. Mannen die er ook bij hadden willen zijn, eerst in Wassenaar, later in Wijster/De Punt … En het waren die mannen die zich met een pilsje voor de schrijver in de pauze een weg naar hem baanden, toen zij zagen dat hij zich niet zo makkelijk kon losweken van dat andere genre Geliefde Landgenoten uit Verre Molukse Landen, het deerniswekkende soort Prominenten dat zich het leven cadeau laat doen door de Hollandse overheid. Met die mannen kan men door één deur, die ene deur naar Porto op Saparua.
zondag 8 augustus 2010
Voor de camera

Dit is toch de camera?
Als schrijver neemt men het vak serieus. Men stelt het schrijven niet in dienst van zoiets als 'het verwezenlijken van het RMS-ideaal'. Daar zijn andere mensen voor aangesteld, hoewel men zich in gemoede mag afvragen wat die andere mensen zoal doen om dat ideaal daadwerkelijk dichterbij te brengen, anders dan in Hoge Kringen verkeren en daar liederlijke, politiek bedoelde taal uit te slaan waarvan het positieve effect op de maatschappelijke kansen van Zuid-Molukse scholieren nog wetenschappelijk/theologisch moet worden aangetoond. Men is schrijver en men neemt zijn vak serieus, maar men debuteert in een tijd dat er van Overheidswege alles aan gedaan wordt om Zuid-Molukkers vooral maar uit de trein, meer bepaald uit de buurt van de noodrem te houden. Dus kon het een kwart eeuw geleden gebeuren dat een schrijver, die zich niet wenst te onttrekken aan zijn Zuid-Molukse afkomst, allerlei merkwaardig lieden uit Verre Molukse Landen over de vloer krijgt die met heel veel subsidie 'regisseurtje', 'cameramannetje', 'geluidsmeisje' en 'interviewertje' mogen spelen. Het boek, Onder de sneeuw een Indisch graf, waar de schrijver mee debuteerde, dat had niemand van het 'filmclubje' gelezen want het regisseurtje had bedacht dat hij zijn interviewertje zogezegd onbevangen het gesprek in moest sturen … Het is altijd weer een emotioneel moment, dat uur waarop men – Gode zij gedankt – mag constateren dat er Landgenoten zijn die zich ontpoppen tot Heuse Filosofisch Denkende Wijsgeren … “M'n huis uit of ik trap je d'r uit.” Dat is wat de schrijver had moeten zeggen, maar hij vindt het zonde van al dat geld dat uit de Koninklijke Schatkist naar duistere 'iets-met-Molukse-film-wat-dan-ook-kantoortjes' wordt gesluisd en waarvan het geluidsmeisje mag leren – aan de hand van een in het Japans opgestelde gebruiksaanwijzing – hoe nou toch die microfoon aan dat hoe-heet-zoiets-apparaat te koppelen zonder dat er kortsluiting ontstaat en zonder dat de brandweer er aan te pas moet komen en zonder dat de Vreemdelingenpolitie dientengevolge het clubje Malle Lieden van Verre Molukse Landen alsnog op de boot terug naar huis zet. Van het gesprek herinnert de schrijver zich een kwart eeuw later alleen nog maar de insinuerende toon … “Maar dat is toch niet Moluks … ” was een uitdrukking waar het interviewertje heel erg aan gehecht bleek. “Nou, dan zal ik wel geen echte Molukker zijn, hè … ” sprak toen de schrijver. Een constatering die het overbetaalde jongetje niet durfde te beamen, bang als hij hoogstwaarschijnlijk was om door de schrijver op al te Molukse wijze ontmand te worden. Wrok en woede, het zijn kwalijke sentimenten waar de schrijver hoog nodig eens van genezen moet raken … wie weet vindt hij de juiste medicijnen in Porto op Saparua.
donderdag 29 juli 2010
Moe ...

'Moe' is ook maar een woord … nog 64 dagen, zijnde 9 weken en 1 dag voordat Garuda vlucht 089 opstijgt van Schiphol … “Maar waar heb jij een kopie KTP voor nodig, man?” zegt Neef J aan de telefoon. “Nou, gewoon … ”. “Dat is helemaal niet gewoon.” … “Zeg, A … Neef J zegt dat we geen kopie KTP nodig hebben.” “Volgens het reisbureau wel … En ga je wel op tijd naar de GGD?”
Ik heb al geen zin meer om naar Maluku te gaan, vooral niet als Neef B, Neef R, Nicht M en Nicht C mij ook niet aan het adres en het telefoonnummer van Nicht J in Porto kunnen helpen … gewoon niet gaan, dat begrijpen de filmmakers AV en JAJ heus wel en Joch B die peper ik wel in dat er op Saparua geen internetverbinding gemaakt kan worden en kan hij wel zes weken zonder al zijn Hyves-vrienden? En zijn zusje huilend achterlaten, kan dat wel? En zo koud is het hier in oktober en november met die klimaatverandering nou ook weer niet en hoe moet ik op Saparua mijn 57ste verjaardag vieren zonder mijn drie andere kinderen? 'Moe' is ook maar woord … zes weken zonder het rituele verontwaardigde geblaat over Grote Blonde Geert en dat achterbakse CDA-tuig, dat is toch warempel wel een aardig vooruitzicht. Ik hoor in november dan wel hoeveel punten Ajax inmiddels alweer verspeeld heeft en hoe erg iedereen mij gemist heeft op de 60ste verjaardag van Oudste Zus H … en mijn ouders? Ja, mijn ouders in hun graf in dat godvergeten Leerdam. Daar liggen ze dood, in Porto op Saparua waarschijnlijk niet.
Ik heb al geen zin meer om naar Maluku te gaan, vooral niet als Neef B, Neef R, Nicht M en Nicht C mij ook niet aan het adres en het telefoonnummer van Nicht J in Porto kunnen helpen … gewoon niet gaan, dat begrijpen de filmmakers AV en JAJ heus wel en Joch B die peper ik wel in dat er op Saparua geen internetverbinding gemaakt kan worden en kan hij wel zes weken zonder al zijn Hyves-vrienden? En zijn zusje huilend achterlaten, kan dat wel? En zo koud is het hier in oktober en november met die klimaatverandering nou ook weer niet en hoe moet ik op Saparua mijn 57ste verjaardag vieren zonder mijn drie andere kinderen? 'Moe' is ook maar woord … zes weken zonder het rituele verontwaardigde geblaat over Grote Blonde Geert en dat achterbakse CDA-tuig, dat is toch warempel wel een aardig vooruitzicht. Ik hoor in november dan wel hoeveel punten Ajax inmiddels alweer verspeeld heeft en hoe erg iedereen mij gemist heeft op de 60ste verjaardag van Oudste Zus H … en mijn ouders? Ja, mijn ouders in hun graf in dat godvergeten Leerdam. Daar liggen ze dood, in Porto op Saparua waarschijnlijk niet.
woensdag 21 juli 2010
Aapjes kijken

Waarom wil ik eigenlijk zo nodig naar Porto – Saparua … terug naar Nederland is hoe dan ook onvermijdelijk, want hier wacht het nageslacht. Veel erger nog, hier wachten de Landgenoten. Laten dat er in Nederland zestigduizend zijn, dan bestaat de kans dat van dat aantal een stuk of dertig eigenlijk lijfstraffen, sommigen zelfs de doodstraf verdienen … één op de tweeduizend – “De Moluckse Leerling kan men geregeld op een zeker mathematisch inzicht betrappen.” – , dat is een promillage waar men als beschaafd volk jubelend mee voor de dag kan komen, vooropgesteld dat het daglicht het tuig kan velen (Maar het daglicht verdraagt ook Grote Blonde Geert, het falende aankoopbeleid van Ajax en uw buurman die tegen de naarstig asiel zoekende Ethiopiër in de straat opmerkt 'Je praat net zo goed Hollands als mij', dus waar zeikt dat daglicht over … ). Die dertig, dat zijn niet de Jonge Molukse Helden die hopen dat die 'kut-Marokkanen' weer eens over de schreef gaan, want die doen helemaal niemand kwaad als zij rond de dorpspomp vergaard staan om elkaar de weg te wijzen over de slagvelden van het maatschappelijk leven … niemand anders doet dat, dus trekken ze hun eigen snode plan. Dat zijn ook niet de Prinsessen van Maluku die zonder diploma van school af gaan, om vooral de Hoger Geschoolde Landgenoten aan het werk te houden … “Wederom, Excellentie, moet de Voorname Commissie van Net Iets Beter Opgeleide Moluckers concluderend tot de vaststellende slotsom komen, dat zij vooralsnog met betrekking tot in deze volstrekt onmisbaar is gebleken.” En daar hebben we zowaar een aanwijzing voor Justitie bij de kop, daar weet men inmiddels waaraan men de Strafbare Molukker (M/V) kan herkennen. Hij/zij spreekt een Nederlands dat hij/zij geheel zelf verzonnen heeft met de laakbare intentie de Blanke Subsidieverstrekker naar het zuinige mondje te praten. Helaas zal blijken dat er van strafbare handelingen in de zin van de wet geen sprake is, want de Verminderd Toerekeningsvatbare Molukker is tot wandaden gekomen op instigatie van de Blanke Weldoener Zelf. Wie een Trein in het Drentse Landschap doorzeeft, die kan verwachten dat uit de kogelgaten Amboneze Aapjes met Perverse Ambities tevoorschijn komen gekropen. En wat typeert nou die Amboneze Aapjes met Perverse Ambities, Jonge Helden bij de dorpspomp? Pracht-Prinsessen van Maluku die zonder diploma de school voor gezien houden? Heel goed, jongelui … Precies, die Amboneze Aapjes met Perverse Ambities die hebben geen idee hoe die Trein daar tot stilstand is gekomen …
zaterdag 26 juni 2010
Historische Fruitschaal

Vrede sluiten met een wereld die niet weten wil van de lange weg die zijn grootouders hebben afgelegd, daar is B nog helemaal niet aan toe. In september 1991 begon B aan dit leven, maar nieuw is het bestaan voor hem nooit geweest. Uit een vorige editie van de eeuwigheid nam hij beelden mee die hij - tot grote schrik van zijn Juffie - op 4-jarige leeftijd met kleurpotloden aan het papier toevertrouwde. "B, wat heb je nu toch getekend?" sprak Juffie die hem in hart en armen had gesloten vanaf het allereerste moment dat het kind haar een onderdompeling gegund had in de onpeilbare diepten van zijn oogopslag. "O, gewoon. Dat zijn doden in een kuil, Juf. Dat zag mijn opa allemaal in de oorlog."
En wij, zijn ouders, wij namen B mee naar de Efteling, naar het strand, naar de speeltuin en naar de videotheek waar we zoveel mogelijk banden leenden van Tom en Jerry, Donald Duck. "Ga fijn spelen, ga feest vieren. Blijf weg van de oorlog, van de slagvelden jochie. Laat de oorlog aan je vader over." Maar het vuur bleek niet te doven. Een goed gesprek over Ajax, over de stelling van Pythagoras of over de evolutietheorie leidde zijnerzijds onvermijdelijk tot de conclusie dat 'alle' Hollanders dood mochten. "Alle Hollanders? Dat zijn er nogal wat. Heb je daar wel tijd voor? Je hebt vanavond tekenles. Ach, weet je ... als je de buurman maar met rust laat. Die is vandaag jarig en je moeder en ik hebben wel zin in een feestje." In afwachting van het vertrek naar Porto-Saparua heeft B zijn kindertekeningen voor het eerst sinds jaren weer tevoorschijn gehaald. Want tekenen zal hij en de reis naar het land van de Voorouders zal hem beelden opleveren die hem niet langer tot razernij brengen. De tekenpotloden breken niet meer onder de vernietigende kracht van de woede. Het papier zal eindelijk maagdelijk zijn.
En wij, zijn ouders, wij namen B mee naar de Efteling, naar het strand, naar de speeltuin en naar de videotheek waar we zoveel mogelijk banden leenden van Tom en Jerry, Donald Duck. "Ga fijn spelen, ga feest vieren. Blijf weg van de oorlog, van de slagvelden jochie. Laat de oorlog aan je vader over." Maar het vuur bleek niet te doven. Een goed gesprek over Ajax, over de stelling van Pythagoras of over de evolutietheorie leidde zijnerzijds onvermijdelijk tot de conclusie dat 'alle' Hollanders dood mochten. "Alle Hollanders? Dat zijn er nogal wat. Heb je daar wel tijd voor? Je hebt vanavond tekenles. Ach, weet je ... als je de buurman maar met rust laat. Die is vandaag jarig en je moeder en ik hebben wel zin in een feestje." In afwachting van het vertrek naar Porto-Saparua heeft B zijn kindertekeningen voor het eerst sinds jaren weer tevoorschijn gehaald. Want tekenen zal hij en de reis naar het land van de Voorouders zal hem beelden opleveren die hem niet langer tot razernij brengen. De tekenpotloden breken niet meer onder de vernietigende kracht van de woede. Het papier zal eindelijk maagdelijk zijn.
vrijdag 25 juni 2010
Zomerdag
Op een zomerse dag als vandaag sluipt het ongeduld binnen. Nog 3 maanden en een week, nog 99 dagen voordat we op Schiphol staan om naar Porto-Saparua te vertrekken. En zou ze bij het uitzwaaien gaan huilen, mijn Prinses? Ze zal haar broer, mijn jongste zoon B ('B is van Broer, Beest, Beschermer') stevig omarmen. "Bé, je komt toch echt wel terug hè? Je laat me toch niet voorgoed achter?" "Natuurlijk niet, klein zusje," zal B dan zeggen. "Natuurlijk kom ik terug, maar denk je er wel om ... " Op dat moment zal ik moeten ingrijpen want B zal zijn zusje op het hart drukken dat het kwetsbare kindje, met de bajonetvormige nagels en met die tong waarmee ze dagelijks de tanden scheert, tijdens zijn afwezigheid ver uit de buurt moet blijven van het 'Noord-Afrikaanse Tuig' dat haar voor 'hoer' uitscheldt als zij niet gediend blijkt van de avances. Dan vlammen die ogen op en ziet de Jonge Krijger voor zich hoe hij de Nederlandse zorgverzekeraars op hoge kosten jaagt door het Jan Hagel uit het Rifgebergte tot een leven in rolstoelen te veroordelen. "Want ik kom met het eerste de beste vliegtuig terug, hoor meisje. En jij moet dan die koppen van ze onthouden, dan wijs je ze aan en dan maak ik ze af. Hoor je me? Ik maak ze af."
"Geweldig, Bé," zeg ik dan. "Ben je je paspoort niet vergeten? En ga trouwens je moeder eens even een paar kussen geven." Waarschijnlijker is het dat het die twee andere Grote Broers zullen zijn die tussenbeide komen. De oudste B, van 'Bovenbaas', van 'Blok Beton' en van 'Belachelijk waar jij je druk om maakt. Rot op naar je eiland, mafkees. Ha ha ha' De tweede J, van 'Ja hoor, tuurlijk. Weet je wat? Ik blijf wel alle dagen bij de kleine meid en als we over straat gaan en we komen een paar van die debielen tegen dan hoop ik dat ze klein zusje beledigen. Dan heb ik een lolletje en jij lekker niet.' En als ik me dan omdraai om nog één keer te zwaaien dan zal ik de geruite sarong van mijn arme moeder uit mijn kinderjaren herkennen die de oude vrouw om de schouders van haar Stoere Kleindochter heeft gedrapeerd.
"Geweldig, Bé," zeg ik dan. "Ben je je paspoort niet vergeten? En ga trouwens je moeder eens even een paar kussen geven." Waarschijnlijker is het dat het die twee andere Grote Broers zullen zijn die tussenbeide komen. De oudste B, van 'Bovenbaas', van 'Blok Beton' en van 'Belachelijk waar jij je druk om maakt. Rot op naar je eiland, mafkees. Ha ha ha' De tweede J, van 'Ja hoor, tuurlijk. Weet je wat? Ik blijf wel alle dagen bij de kleine meid en als we over straat gaan en we komen een paar van die debielen tegen dan hoop ik dat ze klein zusje beledigen. Dan heb ik een lolletje en jij lekker niet.' En als ik me dan omdraai om nog één keer te zwaaien dan zal ik de geruite sarong van mijn arme moeder uit mijn kinderjaren herkennen die de oude vrouw om de schouders van haar Stoere Kleindochter heeft gedrapeerd.
Abonneren op:
Posts (Atom)







